De tekst hieronder geeft mogelijk de oorsprong van de familienaam Reizevoort.
De tekst is overgenomen uit `Hollands Noorderkwartier, aflevering 59, jaargang 18, nummer 3, september 2004'.

Merk op dat in dit artikel de volgende varianten van de achternaam voorkomen:
- Rissevoort
- Rijsevoort
- Rijtsevoort
- Reysevoort
- Rijservoort
- Reyservoort
- Rijzevoort
- Reijzevoort

Van Salomon Rissevoort tot Aafje Vethaak - Isa Baard-Wijker

Mijn moeder, Aafje Vethaak, is in 1912 in Alkmaar geboren. Toen ik iets over haar oorsprong wilde vinden, begon ik te zoeken in het Reg.Archief Alkmaar. Dat herbergt niet alleen de archieven van Alkmaar, maar ook die van veel plaatsen daaromheen. Ik belandde in Bergen, Oudorp, Oterleek, Akersloot, Noord- en Zuid-Schermer, Schermerhorn, Grootschermer, Graft, Egmond en tot slotte weer in Alkmaar. Daar woonde uiteindelijk het gezin, waarin zij is geboren, maar ook één van haar “voorvaderen”.
Over die vroegste familie wil ik schrijven. Over hen heb ik gegevens gevonden in de DTB-boeken van de “Groote Kerk”. Ook vond ik gegevens over de straten, waar zij woonden. Pieter Rooze heeft in 1796 een stadsplattegrond van Alkmaar getekend en alle straten beschreven. Ik citeer hem letterlijk.

Op 4 september 1707 gaan in ondertrouw: Salomon Jansz Rissevoort, j.m. wonende op ’t Rissevoort en Barber Claas, j.d. wonende in de Agterstraat. Zij trouwen den 18 September Anno 1707. Er is driemaal afkondiging gedaan van hun ondertrouw. De 3 afkondigingen werken geregistreerd met 3 verticale streepjes. De naam van de bruidegom is een mooi voorbeeld van een toponiem (vernoeming naar de plek –hier de straat- waar hij woont). Er is geen doop-of geboortemelding van hem gevonden, maar hij moet van 1687 of eerder zijn.
“Het Ritsevoort is die straat die van de Kennemerpoort Noord opgaat tot aan de Oudegragt of de naam van een voormalige Schermusseling die in ’t nabuurschap heeft plaas gehad waarin partij op de vlugt wierd geslagen doordien het woord Rits of Ratsvoort hun in de ooren klonk herkomstig is. Laten wij voor hetgeen het is. In 1573 zijn op ’t Ritsevoort tot versterking van de stad afgebrooken 19 Huyzen 7 kamers en ten Oosten een Lijnbaan.
“De Agterstraat is die straat die van ’t Schaape Steegie noord opgaat tot aan de paardesteeg. Zij heeft haar naam ontleend uit haar legging ten opzichten van de Zijlstraat. Zij word ook wel de agter agterstraat genaamd. In 1573 den 13 September is in ’t Hoekhuys van de agterstraat waar Enkhuyzen toen uithing door een Canonskogel een vrouw die bij ’t Hoorn sting om stukken voor haar kinderen te snijden doodgeschoten”.
Het huwelijk van Salomon en Barber duurt niet lang, want 9 maanden later gaat hij opnieuw in ondertrouw. Ik heb van Barber geen gegevens gevonden van overlijden of begraven. Het DTB vermeldt: Actum den 10 Juny Anno 1708 Salomon Jansz Rijsevoort wed. in de agterstraat en Hester Michiels van der Meulen j.d. op de Konings-wegh, beijde van Alkmaer. Getrouwt den 24 Juny 1708. Dus 9 maanden na de huwelijksdag met Barber trouwt hij opnieuw. Hij woont dan in de Agterstraat, waar Barber ook al gewoond had. Zij zijn dus kennelijk vlak bij –of misschien wel in- haar ouderlijk huis gaan wonen. De Agterstraat komt uit op de Koningswegh, waar zijn nieuwe vrouw woonde. Hij moet haar dus al vaak in de buurt hebben gezien.
“De Koningsweg is die straat die van de paardemark Oost opgaat tot aan de Korte Nieuwesloot. De naam heeft zij ontleend van Koning Willem vader van Floris de vijfde, die als aanleggeer van deeze word gehouden, waar van naderhand een straat is gevormd, het wester gedeelte en wel dat deel dat van de Doelenstraat tot aan de paarkemarkt strekt draagt de naam van de Korte Koningsweg, doch van ouds blijkens uit oude quitscheldinge wierd het de Heere Straat genaamd.
De groote Cornelis Drebbel, die 1572 binnen Alkmaars Muuren het eerste dagligt aanschouwde heeft eenige Jaren in ’t hoekHuys alwaar toen de Stad Hoorn uithong gewoond. Dit Huys staat aan de kluft over de Doele Straat”.
Toen ik de eerste keer de naam van Koning Willem las, dacht ik: we hadden toch pas een Koning Willem na de verdwijning van Napoleon! Toen ik een encyclopedie nalas, ontdekte ik hoe het was. Deze Willem, geboren in 1228, was Graaf van Holland. In 1247 werd hij door de geestelijke vorsten van Duitsland uitgeroepen en in 1248 in Aken gekroond. Rooms Koning was in het Rooms-Duitse Rijk de titel voor de gekozen koning, die nog niet door de Paus tot keizer gekroond was. Het was dus de bedoeling, dat Willem daarvoor naar Rome zou reizen. Eerst wilde hij echter nog de West-Friezen, die zo opstandig waren, onderdrukken. In januari 1256 verzamelde hij een leger en trok op door moeilijk toegankelijke en bevroren moerasgebied. Bij Hoogwoud zakte hij met zijn zwaar gepantserde paard door het ijs en werd door zijn vijanden doodgeslagen. Deze Willem heeft in 1254 Alkmaar zijn stadsrechten gegeven en in 1255 de naar hem genoemde weg aan laten leggen.
In een boekje “De Koningsweg te Alkmaar door de eeuwen heen” schrijft Th.B. Roep allerlei wetenswaardigheden over deze straat. Hij citeert zelf weer schrijver C. Van der Woude uit diens boek “Kronijck van Alckmaar” over Willem: “Dien Graef, wiens Edelhooft omspannen was met Goude maeckt ‘hierbij ‘s Coninghs-wech, daer een moras eerste lach; En door syn goed beleyd dit Huys men eerstmael boude. Hij bleef helaas t’Hoochtwoud voor ’s lands eer in een slach”. Hij liet inderdaad het Koning Willemshuis bouwen en het kasteel Torenburg, dat nu niet meer bestaat, maar waarvan de afbeeldingen in het wapen van Alkmaar staan. In 1529 staan er al 26 huizen aan de Koningsweg. Een jaarlijkse paardenmarkt in de Koningsweg wordt in 1563 genoemd en in 1605 komt er een beestenmarkt. Cornelis Drebbel en Willem Hofdijk waren er bekende bewoners.
Ons nieuwe echtpaar verhuist naar het stadsdeel bij de Geesterpoort.
“De Geest is die straat die van de Geest- of Bergerpoort langs de Stadswal zuyd op gaat tot aan de Lamoralen Sluys. Zij heeft haar naam ontleend van de grond waarop zij is geleegen, de ouderen hebben aan die Landgronden die voor den Ackerbouw bekwaam waren de naam van Geestgronden gegeven, verdeelden deselve na gelang der bevolking in Ackers of Kroften. Deese straat is 1572 toen de Stad wierd uitgelegt daar binnen getrokken. 1566 hebben in de maand Dezember de Gereformeerden hun eerste Nagtmaal alhier in een Schuur over den Geest gehouden”. (De Protestanten vierden dus voor ’t eerst na de Beeldenstorm in 1566 een dienst met het Heilig Avondmaal in Alkmaar; nog niet in de kerk, maar in een schuur!!).
“Op 7 January 1566 is voor de Poorters en Boomsluyters een Reglement ontworpen. Daarin staat o.a.: Dirk Joosten zal bewaren de Geestpoort. In 1574 werd beslooten om een kist met twee sleutels op ’t Stadhuys te plaatsen waarin de sleutels van de Boomen en Poorten zoude bewaard worden”.
Dit huwelijk duurt gelukkig wat langer, tot Hester overlijdt. Zij wordt op 11 november 1727 op het kerkhof begraven. Ik heb geen kinderen van Salomon en Hester gevonden. Salomon is dus weer weduwnaar. Hij zoekt opnieuw een vrouw. In de DTB staat: Actum 30 October Anno 1729 Salomon Jansz Rijsevoort, wed. bij de Geesterpoort en Johanna Boelens j.d. in de Langestraat, beyde tot Alkmaar. Ze trouwen op 13 november 1729.
“De Lange Straat is die straat die van de groote Kerk oost opgaat tot aan de platte Steenebrug. Zij heeft haar naam uit haar lengte verkregen. Schoon zij in ’t jaar 1440 noch Breestraat werd genoemd, het Oostend en wel dat deel dan van de Houtil tot de Mient is strekkende is bekent bij de naam van ’t Kruyswerk doch van ouds genaamd de Kruysstraat, welke naam ontleend schijnt te zijn van het Kruys dat door dat gedeelte van de langestraat dat van het payglop tot aan de mient is strekkende en door de Botterstraat en de Houtil word gevormd ofwel van ’t kruis dat op de eerste Kermisdag ter vrije inkomste in plaats van inluiding wierd opgeregt. In 1492 werd er tusschen de Schout Willem van Poelenburg en drie Kaas en Brood Eeters op het Kruyswerk dapper gevochten doch zij Frans Jonker, Roel Jansz en Jan Huygensz wierden gevangen, onthoofd en op Raden gesteld. De groote Bank van Leeninge had men vanouds aan de N.Z. van de langestraat op de Oosthoek van de Hoogstraat en de klijne bank had men toen op de westhoek van de voornoemde straat, op de puybalken stond: hier leend men op de stok”.
Salomon en Johanna laten 4 kinderen dopen:
24 December 1730: Geertruy, 14 September 1732 Antje, 4 November 1734 Aagje, 8 December 1737 Jacob. Bij het laatste kind moet vader Salomon minstens 50 zijn. Op 7 april 1741 wordt Salomon Rijtsevoort, de smit, op het kerkhof begraven. Ik kan niet aantonen, of het onze Salomon is, maar het zou heel goed kunnen, dan weten we ook eindelijk wat zijn beroep was.
Via dochter Geertruy loopt de familielijn door naar Aafje Vethaak. Over haar schrijf ik straks verder. Over Antje heb ik niets meer kunnen vinden. Aagje is begraven op het kerkhof op 12 November 1761 als Agie Reysevoort.
Van zoon Jacob is meer bekend. In het oud-rechterlijk archief zit een transportbrief met de tekst: “Jacob Rijsevoort, zoon en medeërfgenaam van wijlen Salomon Rijsevoort en Johanna Boelens is bij de scheydinge van dezelve Zijne ouderlijke nalatenschap voor de notaris Mr. Arend de Lange en getuygen binnen deze stad 26 januari 1763 gepasseert meerder aan vast capitaal toebedeelt dan zijn portie komt te bedragen een somma van fl. 225,-.-.”.
[ORA Alkmaar inv. 174 fol.253 nr85]
Zijn ouders zijn dus overleden. Salomon was waarschijnlijk al in 1741 overleden en Johanna waarschijnlijk eind 1762. Ze is dan 21 jaar weduwe geweest. Ik heb niets gelezen over hertrouwen. Waarom Jacob meer kreeg is nergens vermeld.
Jacob Rijservoort gaat als j.m. in Alkmaar in ondertrouw met Truytje Frikkee, j.d. in de Schermeer onder deese stadsjurisdictie op 9 October 1763. Ze trouwen op 23 October 1763. Haar familienaam wordt op diverse manieren geschreven: Frikkee, Frikee, Freeke. Jacob en Truytje laten de volgende kinderen dopen: Op 25-09-1766 wordt de eerste Salomon gedoopt en op 02-10-1768 de tweede, op 06-01-1771 Grietje en op 18-04-1773 Johanna. Zij is kennelijk naar Jacobs moeder vernoemd, ik vermoed, dat de moeder van Truytje wel Grietje geheten heeft. Waarschijnlijk zijn beide jongetjes jong overleden, want op 10-10-1766 en op 05-04-1769 wordt een zoontje van Jacob Reyservoort op het kerkhof begraven.
Truytje wordt begraven op 03-03-1781 in de Groote Kerk, in de Zuidergang, in graf n° 110, een dure manier van begraven in die tijd.
Jacob zoekt een nieuwe vrouw. Op 06-01-1782 gaat hij in ondertrouw met Dieuwertje Schuurmans, j.d., net als hij uit Alkmaar en op 20-01-1782 trouwen ze. Hij heeft dus nog zijn 2 dochtertjes Grietje en Johanna, van 11 en 9 jaar. Samen krijgen ze een meisje Willemijntje, doopdatum 08-02-1784. Is nu de moeder van Dieuwertje vernoemd?
Dochter Johanna trouwt vóór 1797 met Cornelis de Graaff uit Alkmaar. Dochter Grietje trouwt op 28-02-1802 met Hendrik Ritsma uit Westzaan en dochter Willemijntje op 24-02-1808 met Hendrik Lint uit Alkmaar. Deze laatste twee zijn niet in de kerk getrouwd, maar voor de burgerlijke gemeente. De tekst van de burgerlijke huwelijken is heel apart, daarom vermeld ik hun huwelijken nog. “Overeenkomstig de Publicatie van de Provisioneele Repraesentanten van het volk van Holland in dato 1 May 1795 is het huwelijk van .... en .... op den ... op het huis der gemeente der Stad Alkmaar ten overstaan van twee leden van het Committé van Rechtsoeffening aldaar vertrokken. In kennisse van mij secretaris....”
In het begraafboek van de Groote Kerk las ik: Jacob Rijzevoort begraven op 30-10-18 in de Zuidergang in graf No. 110, kosten F12.4.-. Op de regel daaronder: Dieuwertje Schuurman, in hetzelfde graf No. 110, kosten F 8.12.-.
Op de volgende datum staat weer een andere naam, dus ik moet aannemen, dat zij op dezelfde dag gestorven zijn. Zijn ze ziek geweest en tegelijk gestorven? Ze worden in hetzelfde graf bijgezet, waar ook zijn eerste vrouw begraven was!
De dochters Grietje en Johanna zijn ook in de Groote Kerk begraven. Niet tegelijk, maar wel bij elkaar in één graf. Grietje Reijzevoort op 30-11-1805 in de Noordergang in graf No.133, kosten F 11.12.-. en Johanna Reijzevoort op 09-09-1809 in hetzelfde graf, kosten F 18.18.-.
Voor Aafje Vethaak is Geertruy, ged. 24-12-1730, de oudste dochter van Salomon Jansz Rijsevoort en Johanna Boelens, van belang. Zij krijgt kennis aan een weduwnaar uit Oudorp: Cornelis Wan. Hij is al voor de tweede keer weduwnaar. Alleen zijn tweede huwelijk is gevonden, in Oudorp: Op heeden den 22 May 1751 hebben sig in ondertrou aangegeven Corn. Wan wed. van Outdorp met Jannetje Pieters wed. uit de Schermer. Datzelfde deel vermeldt: Gedoopt van Outdorp: Den 13 febr. 1752 T kindt Ariaantje waarvan de vader Cornelis Wan, moeder Jannetje Pieters. Den 17 Junij 1753 T kindt Cornelis waarvan vader Cornelis Wan, moeder Jannetje Pieters.
Dan krijgt Oudorp een nieuwe predikant, die het doopregister aldus begint. Ouddorp, Volcard Berckhout Proponent te Hoorn alhier beroepen den 2 September en bevestigt den 15 December 1754 heeft dese navolgende kinderen gedoopt: er volgt een lijstje met namen van gedoopte kinderen. Dan komt: 1755 Julij 6 Trijntje Vader Cornelis Wan moeder Jannetje Pieters, gedoopt door Ds. Van Rije, Predicant te Pancras, ik de bruydegom zijnde. Zelf doopt hij nog: 1757 November 6 Claas Vader Cornelis Wan moeder Jannetje Pieters.
Het overlijden van Jannetje Pieters is niet gevonden, maar wel, in Alkmaar: Actum den 17e December 1758 Cornelis Wan, wed.te Oudorp en Geertruy Rijsevoort, j.d. alhier. Betoog na Oudorp den 1e January 1759.
Vóór hun trouwen gaan ze samen naar notaris Mr. Arent de Lange in Alkmaar om de huwelijkse voorwaarden vast te laten leggen. Dat is een omslachtig verhaal, maar ik lees daarin o.a. dat Cornelis burgermeerster der heerlijkheid Oudorp is.
Geertruy is dan 28 jaar en ze krijgt meteen een paar kinderen te verzorgen van 6, 5, 3, en 1 jaar. Cornelis en Geertruy krijgen nog de volgende kinderen: Salomon, geb. Alkmaar, ged. 04-10-1759, Antje, geb. Oudorp, ged. 25-01-1761, Antje, geb. Oudorp, ged. 13-05-1762, Aegje, geb. Egmondermeer, ged. 14-07-1763, Aegje, geb. Alkmaar, ged. 16-05-1765, Immetje, geb. Alkmaar, ged. 07-09-1766, Jannetje, geb. Alkmaar, ged. 22-03-1768, Salomon, geb. Alkmaar, ged. 05-03-1772. Enkele kinderen zijn jong overleden. Op 27-10-1763 en 11-06-1764 wordt een niet met name genoemd kind van Cornelis Wan begraven voor F -.8.-, dat wil zeggen 8 stuivers, een kindertarief dus. Ze verhuizen kennelijk een paar keer.
Wanneer Geertruy overleden is heb ik niet kunnen vinden, maar Cornelis wordt begraven op 12-12-1796 als Cornelis Wan, bejaarde, kosten F 1.10.-.
Ik schat, dat hij tegen de 70 liep. Hij was inderdaad niet jong meer, maar ook veel jongere mensen worden bejaard genoemd. Ik begreep daaruit, dat bejaard gelijk staat aan volwassen. Een overledene was nl. óf kind óf bejaard.
Over hun kinderen ga ik niet meer schrijven, dat wordt te veel.
In het kort de rest. De familielijn naar Aafje Vethaak loopt via dochter Jannetje Wan. Zij trouwt met Dick Schoen uit Bergen. Zij krijgen o.a. een dochter Barbera, die op haar beurt trouwt met Lammert Vethaak; dit echtpaar woont achtereenvolgens in Bergermeer, Zaandam en Z. en N. Schermer. Eén van hun kinderen is Izaäk Vethaak, die met Jannetje Kreb trouwt. Ook zij wonen in Z. en N. Schermer. Zij krijgen weer een Lammert Vethaak, die met Aaltje Schagen uit de Rijp trouwt. Lammert en Aaltje blijven in Z. en N. Schermer. Er komt weer een zoon Izaäk Vethaak, die als vrouw Neeltje Modder uit Alkmaar kiest. Izaäk en Neeltje gaan in Alkmaar wonen en daar wordt o.a. hun dochter Aafje Vethaak geboren, de Aafje, met wie ik mijn relaas begon. Aafje is getrouwd met Huibert Wijker uit Egmond aan Zee. Daar zijn ze gaan wonen. Zij zijn mijn ouders.